Met de zilveren 5 Reichsmark "Friedrich der Große" (Frederik de Grote) uit 1934 betreden we een van de meest historisch beladen en fascinerende transitieperiodes van de Duitse muntgeschiedenis. Geslagen ter gelegenheid van de 200ste verjaardag van de troonsbestijging... hoor ik u denken? Directe correctie: de munt werd in 1934 uiteraard geslagen ter herdenking van de 200ste geboortedag van deze legendarische Pruisische koning (geboren in 1712)! Voor edelmetaalbeleggers en numismatici is dit specifieke type van strategisch belang: het is de allereerste zilveren 5 Mark herdenkingsmunt die onder het hakenkruisregime werd geslagen, maar opvallend genoeg is de muntzijde zélf nog volledig vrij van deze politieke symbolen. Het vormt een liquide, historische en uiterst herkenbare tastbare zilverreserve.
Bij de introductie van deze herdenkingsmunt in 1934 hanteerden de Duitse munthuizen de gereduceerde gewichtsstandaard die aan het einde van de Weimarrepubliek was vastgesteld. Dit compactere formaat verving de vroege, loodzware 25-grams munten en werd geproduceerd met een hoge metallurgische precisie.
| Fysische Parameter | Exacte Waarde en Samenstelling | Impact op de Grondstofwaarde |
|---|---|---|
| Materiaal & Fijnheid | Zilver (900/1000) | Hoogwaardig muntzilver bestaande uit exact 90 procent puur edelmetaal. |
| Totaalgewicht | 13,888 gram bruto | Een solide, compact gewicht dat zeer efficiënt stapelt in muntbuizen of private kluizen. |
| Netto Zilvergewicht | 12,50 gram fijnzilver | De keiharde, objectieve rekenspilaar: exact 12,50 gram puur fijnzilver per munt! |
| Diameter | 29,0 mm | Iets compacter dan de brede Keizerrijk-stukken, maar met een dikke, robuuste rand. |
De zilveren 5 Mark Frederik de Grote uit 1934 kent een uiterst belangrijke numismatische splitsing die de marktwaarde drastisch beïnvloedt. De voorzijde toont in beide gevallen het karakteristieke, scherpe uniformportret van de Pruisische koning naar links. De achterzijde toont de keizerlijke adelaar geflankeerd door twee Pruisische koningskronen. Let bij uw inspectie op het volgende verschil:
Dit type toont louter het jaartal 1934 onder de adelaar op de achterzijde. Deze munten werden in grote aantallen geproduceerd door de zes actieve munthuizen: A (Berlijn), D (München), F (Stuttgart), G (Karlsruhe), J (Hamburg) en de schaarste letter E (Muldenhütten).
Waarde: Gecirculeerde exemplaren volgen grotendeels de zilverprijs met een milde verzamelpremie. Alleen in absolute nieuwstaat (FDC/Stempelglanz) stijgen ze stabiel door naar € 35,00 tot € 60,00.
Directe correctie: De felbegeerde variant draagt uiteraard de historische jaartallen van zijn geboorte en de 200-jarige herdenking: 1712–1934 geflankeerd aan weerszijden van de adelaar! Deze specifieke datumvariant kent aanzienlijk lagere oplages per munthuis en bouwt daardoor een wezenlijk sterkere numismatische schaarstepremie op.
Bij de visuele kwaliteitsbepaling van deze reeks kijkt een expert met een loep scherp naar de hoogst gelegen delen van het reliëf om omloopslijtage vast te stellen. Aan de voorzijde (de portretzijde) slijten de fijne haarlokken van de pruik vlak boven het oor en het jukbeen van de koning als allereerste.
De belangrijkste controle vindt echter plaats op de achterzijde: de adelaarszijde. Inspecteer met name de twee kleine Pruisische koningskronen die zich links en rechts van de adelaarskop bevinden. Als de fijne parels en kruisjes op deze kroontjes zijn afgevlakt tot egale, gladde vlakken, praten we over een reguliere bullion-munt die voornamelijk om haar gewicht aan fijnzilver wordt gewaardeerd.