Met de zilveren rijksdaalder uit de periode 1959–1966 sluiten we het allerlaatste en meest massale hoofdstuk af van de zilveren knaak als wettig betaalmiddel. Na de eenmalige emissie in 1950 lag de productie van de rijksdaalder bijna een decennium stil, om in 1959 onder het bewind van Koningin Juliana in gigantische oplages te worden hervat. Voor edelmetaalbeleggers vormen deze specifieke jaargangen samen met de guldens uit dezelfde periode hét fundament van fysiek zilversparen in Nederland. Het zijn homogene, universeel herkenbare munten die puur om hun zilvergewicht worden gekoesterd.
Gedurende de jaren '60 hanteerde 's Rijks Munt in Utrecht exact dezelfde technische standaarden als bij de vooroorlogse knaken en de emissie van 1950. Dit betekent dat de munt een aanzienlijke hoeveelheid zilver naar de weegschaal brengt. Mocht een exemplaar uit deze periode bekrast zijn, deuken vertonen of dof zijn geworden door de omloop, dan fungeert het gewicht aan fijnzilver als een onbreekbare bodemprijs.
| Fysische Parameter | Exacte Waarde en Samenstelling | Betekenis voor de Grondstofwaarde |
|---|---|---|
| Materiaal & Fijnheid | Zilver (720/1000) | Geproduceerd met een fijnheid van exact 72 procent puur edelmetaal. |
| Totaalgewicht | 15,00 gram bruto | Een forse, zware munt die de tastbare rijkdom van de gulden weerspiegelt. |
| Netto Zilvergewicht | 10,80 gram fijnzilver | De harde, objectieve metaalkern op de wereldwijde edelmetaalmarkt. |
| Diameter | 33,0 mm | De royale, iconische maatvoering van de zilveren Juliana-knaak. |
In de periode 1859–1966 werden er in totaal ruim 62 miljoen zilveren rijksdaalders geslagen. Het minimalistische portret van Koningin Juliana werd ontworpen door Ludwig Oswald Wenckebach, met op de achterzijde het gekroonde Nederlandse wapenschild. Omdat de overheid de munten massaal bleef produceren om te voldoen aan de behoeften van de bloeiende economie, kent deze reeks — in tegenstelling tot de gulden uit 1954 — geen zeldzame 'Key Dates'.
Toch is er een duidelijke tweedeling in de markt. Munten die daadwerkelijk in omloop zijn geweest, zijn uitsluitend de zilverwaarde waard. Er zijn destijds echter ook grote hoeveelheden rijksdaalders door oplettende burgers en verzamelaars direct bij de banken in muntrollen apart gelegd. Exemplaren die hun volledige, fabelachtige stempelglans hebben behouden en vrij zijn van omloopslijtage (FDC / Ongecirculeerd) zijn daardoor nog altijd gemakkelijk te vinden, al dragen ze in die absolute nieuwstaat een bescheiden verzamelpremie van € 30,00 tot € 45,00.
Bij het strakke portret van Juliana is de visuele kwaliteitsbeoordeling millimeterwerk. Omloopslijtage openbaart zich als allereerste op de hoogst gelegen delen van het ontwerp: de contouren van de haarknot (de knot) aan de achterzijde van haar hoofd, de details van het oor en de scherpte van de halslijn. Als deze elementen zijn afgevlakt tot één effen vlak, betreft de munt een regulier bullion-exemplaar. Bekijk ook de achterzijde kritisch: de scherpte van het gekroonde Nederlandse wapenschild bepaalt of een munt zijn oorspronkelijke stempelglans heeft behouden.
De reeks stopt abrupt in 1966. Door de explosief stijgende zilverkoersen op de wereldmarkt in de jaren '60 oversteeg de intrinsieke metaalwaarde van de rijksdaalder de nominale waarde van 2,5 gulden. Om te voorkomen dat de munten op grote schaal illegaal werden omgesmolten, besloot de overheid om vanaf 1969 over te stappen op nikkel (in 1967 en 1968 werden er geen rijksdaalders geslagen). De zilveren knaken werden in de jaren daarna massaal door de banken ingenomen en vernietigd, waardoor de huidige overlevingsaantallen vandaag de dag stabiel en overzichtelijk zijn.