Net als bij het voorgaande jaar 1967, hangt er rondom de Nederlandse rijksdaalder uit het jaartal 1968 een waas van numismatische ver verhalen en misverstanden. In de volksmond wordt er nog wel eens gezocht naar de "zilveren knaak uit 1968". Wie echter de monetaire geschiedenis en de archieven van 's Rijks Munt in Utrecht bestudeert, ontdekt al snel dat 1968 een uiterst specifiek overgangsjaar was. Voor beleggers en verzamelaars is het van cruciaal belang om de harde feiten rondom dit jaartal te kennen.
Mocht u een rijksdaalder uit deze overgangsperiode analyseren, dan is het essentieel om te begrijpen dat de technische standaarden van de Muntwet 1948 definitief werden losgelaten. De overheid was genoodzaakt een radicale verandering door te voeren in het gewicht, de diameter en de legering van de rijksdaalder.
| Fysische Parameter | Exacte Waarde (Reguliere Circulatie) | Verschil met de Zilveren Knaak |
|---|---|---|
| Materiaal & Legering | Zuiver Nikkel (1000/1000) | Bevat 0% zilver; de zilveren knaken bestonden uit 72% zilver. |
| Totaalgewicht | 10,00 gram bruto | Aanzienlijk lichter dan de zilveren variant (die 15,00 gram woog). |
| Diameter | 29,0 mm | Een compactere munt; de zilveren voorganger mat 33,0 mm. |
| Magnetisme | Sterk Magnetisch | Blijft direct aan een magneet kleven (zilver reageert niet op magneten). |
Als u een rijksdaalder met het jaartal 1968 in uw bezit heeft, valt deze numismatisch gezien vrijwel altijd binnen de reguliere emissie, al is er een theoretische uitzondering:
Dit is de munt die u in 99,9% van de gevallen in een oude spaarpot aantreft. Ze dragen het bekende linkskijkende portret van Koningin Juliana (ontworpen door L.O. Wenckebach) en het jaartal 1968 op de achterzijde. Omdat er in 1968 al direct een massale hoeveelheid van maar liefst 60 miljoen stuks in nikkel werd geproduceerd, is de munt uiterst algemeen.
Waarde: In gecirculeerde staat (Fraai tot Zeer Fraai) is de waarde minimaal en vertegenwoordigt het puur de nominale waarde of de metaalprijs van nikkel (€ 1,50 tot € 2,50). Alleen wanneer een exemplaar in de allerhoogste FDC-kwaliteit (Ongecirculeerd) verkeert, met de volledige, oorspronkelijke satijnachtige fabrieksglans, stijgt de waarde naar circa € 10,00 tot € 20,00.
Net als in 1967 zijn er in de laboratoria van de Rijksmunt in Utrecht zeer beperkte proefslagen gemaakt op zilveren muntplaatjes om de nieuwe stempels te testen. Deze zilveren proefslagen van 15 gram en 33 mm zijn extreem zeldzaam, vallen buiten de reguliere markt en zijn uitsluitend bestemd voor museale of hoogwaardige institutionele collecties.
Waarde: Mocht een dergelijk stuk ooit aantoonbaar en gecertificeerd op een veiling verschijnen, dan spreekt men van duizenden euro's.
Omdat nikkel een aanzienlijk hardere materiaaleigenschap heeft dan het zachte zilver, vertonen deze munten minder snel diepe slijtage op het portret. Bij de kwaliteitsbepaling van een FDC-exemplaar kijkt een taxateur dan ook voornamelijk naar 'bagmarks': de kleine microscopische weerslagkrasjes die ontstaan wanneer de munten na het slaan in de muntvaten op elkaar vallen. Een munt zonder deze storende krasjes is de absolute topconditie die een premie rechtvaardigt.