Binnen de geschiedenis van het Duitse Keizerrijk nam het Koninkrijk Saksen (Sachsen) een vooraanstaande en economisch krachtige positie in. Gelegen in het oosten van Duitsland, beschikte het koninkrijk over een rijke mijnbouwtraditie en een lange geschiedenis van hoogwaardige muntslag. Tussen 1876 en 1902 sloeg de staatsmunt in Muldenhütten (muntletter E) een buitengewoon boeiende reeks zilveren 2 Mark-munten. Voor edelmetaalbeleggers en numismatici biedt de Saksische 2 Mark een fantastisch alternatief voor de Pruisische massaproductie; de oplages zijn wezenlijk lager, waardoor de munten naast een zware zilverbasis ook een sterke historische verzamelpremie bezitten.
Hoewel Saksen trots vasthield aan haar eigen dynastieke symbolen en vorstenhuis (het Huis Wettin), hanteerden de munthuizen exact de uniforme rijksmuntstandaard. De munt voelt solide aan en heeft dezelfde fysische parameters als de andere bondsstaten, wat haar wereldwijd direct verhandelbaar maakt.
| Fysische Parameter | Exacte Waarde en Legering | Impact op de Grondstofwaarde |
|---|---|---|
| Materiaal & Fijnheid | Zilver (900/1000) | Geproduceerd met een hoogwaardig gehalte van exact 90 procent puur zilver. |
| Totaalgewicht | 11,111 gram bruto | De gestandaardiseerde keizerlijke rijksmassa die comfortabel in de hand ligt. |
| Netto Zilvergewicht | 10,00 gram fijnzilver | De perfecte formule voor beleggers: exact 10 gram puur fijnzilver per munt! |
| Diameter | 28,0 mm | Optimale grootte voor gedetailleerde vorstenportretten en de Reichsadler. |
De zilveren 2 Mark-reeks van Saksen is binnen dit tijdsbestek op te delen in twee opeenvolgende koningen en een uiterst schaars overlijdensstuk. De waarde wordt direct bepaald door de conserveringsgraad en het jaartal:
Veruit het grootste deel van de reeks toont het rechtskijkende portret van de militair succesvolle en geliefde Koning Albert, met daaronder de muntletter E. De vroege jaren (tot 1889) dragen de 'Kleine Rijksadelaar' op de keerzijde; de jaren vanaf 1891 dragen de 'Grote Rijksadelaar'.
Let op de sleutelstukken: De jaargangen 1879 E, 1880 E en 1883 E kennen zeer lage oplages (variërend van slechts 55.000 tot 105.000 stuks) en zijn in een hoge kwaliteit (Prachtig/FDC) honderden euro's waard.
In 1898 vierde het koninklijk paar hun 25-jarig huwelijksjubileum. Ter gelegenheid hiervan werd een prachtige herdenkingsmunt geslagen met hun dubbelportret naar rechts. Omdat deze munt destijds direct door de Saksische bevolking als gedenkstuk apart werd gelegd, is de gemiddelde kwaliteit uitstekend en kent de munt een stabiele verzamelwaarde.
Directe correctie: Hoewel Koning Albert in juni 1902 overleed en werd opgevolgd door zijn broer Georg, werd het reguliere omlooptype van Koning Georg pas vanaf het jaar 1903 in zilver geslagen. Wel is er in 1902 een uiterst gezochte en emotioneel geladen Sterftemunt voor Koning Albert (1902 E) uitgegeven met zijn geboorte- en sterfdatum. Deze munt heeft een lagere oplage en vormt het officiële numismatische sluitstuk van deze specifieke periode.
Bij de Saksische 2 Mark-munten openbaart omloopslijtage zich als allereerste op de hoogst gelegen delen van het ontwerp. Bekijk de voorzijde met een loep: de details van het haar boven het oor van Albert, zijn snor en de contouren van de halslijn zijn de eerste indicatoren.
De belangrijkste controle vindt echter plaats op de keerzijde: de rijkszijde met de adelaar. Inspecteer het kleine centrale borstschildje (het Pruisische wapenschild). Als de veren van de adelaar en de contouren van dit centrale schildje zijn afgevlakt tot één glad vlak, betreft het een reguliere bullion-munt die voornamelijk om haar gewicht aan fijnzilver wordt gewaardeerd.